Zelfstandigenwet 2028: wat betekent het voorstel voor zzp’ers in de installatietechniek?
De Zelfstandigenwet moet zzp’ers en opdrachtgevers vooraf meer duidelijkheid geven over zelfstandig werken. Het voorstel ligt sinds 1 oktober 2026 in internetconsultatie en is dus nog geen geldend recht. Toch is het verstandig om nu al te bekijken wat de voorgestelde zelfstandigentoets en werkrelatietoets kunnen betekenen voor opdrachten van loodgieters, elektromonteurs, HVAC-monteurs en andere technische zelfstandigen.
In dit artikel staat wat op 6 oktober 2026 bekend is, wat nog kan veranderen en welke afspraken bij installatieopdrachten nu al aandacht vragen. Dit is algemene informatie en geen persoonlijk juridisch of fiscaal advies.
Wat is de Zelfstandigenwet en wanneer gaat die in?
De Zelfstandigenwet is een wetsvoorstel dat een extra route naar zekerheid over zelfstandig werken moet bieden. Wie aan de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets voldoet en ook volgens die afspraken werkt, valt volgens het voorstel in een zogenoemde veilige haven: er is dan in ieder geval geen sprake van werken onder gezag.
De internetconsultatie loopt van 1 tot en met 29 oktober 2026. Daarna kan het kabinet het voorstel aanpassen en volgt nog parlementaire behandeling. De overheid noemt januari 2028 als beoogde ingangsdatum. Die datum en de inhoud zijn dus nog niet definitief.
Voldoet iemand straks niet aan een of beide toetsen? Dan betekent dat volgens het consultatievoorstel niet automatisch dat er een arbeidsovereenkomst is. De arbeidsrelatie moet dan worden beoordeeld volgens het bestaande kader van artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek.
Welke regels gelden totdat de Zelfstandigenwet ingaat?
Tot een nieuwe wet daadwerkelijk in werking treedt, blijft de huidige beoordeling van de arbeidsrelatie leidend. Opdrachtgever en opdrachtnemer moeten samen kijken naar alle feiten en omstandigheden en vooral naar de manier waarop in de praktijk wordt gewerkt.
De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 weer volgens de normale regels. Bij schijnzelfstandigheid kan de Belastingdienst direct correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen voor de loonheffingen opleggen. Sinds 1 januari 2026 zijn ook vergrijpboetes mogelijk; in 2026 worden nog geen verzuimboetes opgelegd.
Een contract, KVK-inschrijving of hoog tarief is op zichzelf niet beslissend. De feitelijke uitvoering blijft belangrijk. Controleer daarom bij de start en tijdens een langer project of de dagelijkse samenwerking nog past bij de gemaakte afspraken. Een breder overzicht staat in Zzp-regels in de installatietechniek: dit geldt in 2026.
Hoe werkt de voorgestelde zelfstandigentoets?
De zelfstandigentoets kijkt naar de ondernemer en bevat in het consultatievoorstel drie onderdelen. De zelfstandige moet aan de basisvoorwaarden voldoen, voldoende spreiding in opdrachtgevers hebben en jaarlijks een nog vast te stellen bedrag besteden aan voorzieningen tegen ondernemersrisico’s.
1. De basis van de onderneming moet op orde zijn
De zelfstandige moet volgens het voorstel onder meer een KVK-inschrijving, een btw-nummer en een aparte rekening voor zakelijke transacties hebben. Ook blijft de zelfstandige zelf verantwoordelijk voor facturatie, hanteert die een betalingstermijn en verricht die zelf betalingen aan derden.
Een boekhouder of administratiekantoor mag de facturatie uitvoeren. De verantwoordelijkheid blijft volgens het voorstel bij de zelfstandige liggen.
2. Er moeten meerdere opdrachtgevers of klanten zijn
De zelfstandige moet volgens het voorstel in het lopende en vorige kalenderjaar samen ten minste drie verschillende opdrachtgevers of klanten hebben gehad. Het gaat dus niet om drie gelijktijdige opdrachtgevers en ook niet uitsluitend om het lopende jaar.
Voor installatiemonteurs met langlopende projecten kan dit een belangrijk aandachtspunt worden. Het voorstel zegt niet dat een langdurige opdracht onmogelijk is, maar voor toegang tot de veilige haven moet ook aan dit onderdeel van de zelfstandigentoets worden voldaan. De openbare consultatiepagina maakt nog niet duidelijk of er eisen komen aan de omvang of omzetverdeling van die drie opdrachten. Dat punt vraagt dus nog om uitwerking.
3. Er komt een bedrag voor voorzieningen tegen ondernemersrisico’s
De zelfstandige moet jaarlijks een bedrag besteden aan voorzieningen tegen risico’s van het ondernemerschap. In de consultatietekst staat nog een x-bedrag; de hoogte is dus niet vastgesteld.
Mogelijk tellen onder meer een arbeidsongeschiktheids- of ziektevoorziening, pensioenvoorziening en zakelijke aansprakelijkheids-, bedrijfsschade- of rechtsbijstandsverzekering mee. Welke voorzieningen precies meetellen en hoe hoog het bedrag wordt, kan nog veranderen. Presenteer dit daarom nog niet als een bestaande verzekerings- of pensioenplicht.
Hoe werkt de voorgestelde werkrelatietoets?
De werkrelatietoets kijkt naar de concrete opdracht en bevat vier onderdelen. Beide partijen moeten buiten een arbeidsovereenkomst willen werken, de zelfstandige moet vrijheid hebben bij de uitvoering, er moet voldoende vrijheid zijn in tijd en locatie en de zelfstandige moet voor eigen rekening en risico werken.
Wat betekent vrijheid van uitvoering bij installatiewerk?
Vrijheid van uitvoering betekent volgens het voorstel dat de opdrachtgever het gewenste resultaat of het ‘wat’ mag bepalen, terwijl de zelfstandige voldoende ruimte houdt voor het ‘hoe’. Voor installatieopdrachten vraagt dat om een duidelijke opdrachtomschrijving: welk systeem, werkpakket of resultaat wordt opgeleverd, aan welke kwaliteitseisen moet dat voldoen en waar ligt de eigen beslisruimte van de vakman?
Veiligheids-, toegangs- en kwaliteitskaders blijven bij technisch werk noodzakelijk, maar kunnen de vrijheid in de uitvoering wel beperken. Onder het huidige beoordelingskader kunnen ook wettelijk vereiste veiligheidsregels relevant zijn voor de beoordeling van gezag; de omstandigheden moeten steeds in samenhang worden bekeken. De consultatiepagina legt nog niet uit hoe zulke noodzakelijke instructies zich precies verhouden tot de voorgestelde vrijheid van uitvoering. Dat is voor installatie- en onderhoudswerk een belangrijk open punt.
Kan een installatiemonteur vrij zijn in tijd en locatie?
Bij installatiewerk liggen de werkplek en werktijden soms al vast door de aard van de opdracht. Denk aan een elektromonteur die ter plaatse een verdeelinrichting aansluit, of een servicemonteur die binnen een afgesproken onderhoudsvenster werkt. Het voorstel biedt ruimte voor die praktijk: zulke beperkingen sluiten de veilige haven niet automatisch uit.
Wat betekent werken voor eigen rekening en risico?
Werken voor eigen rekening en risico betekent in het voorstel dat de zelfstandige economische voordelen kan behalen en financiële risico’s loopt bij het werk. Denk bij een installatieopdracht aan afspraken over prijs, herstel van eigen fouten, aansprakelijkheid, materialen, hulpmiddelen, oplevering en meer- of minderwerk.
Niet ieder risico hoeft bij de zelfstandige te liggen. De afspraken moeten wel passen bij een echte opdracht en vervolgens ook zo worden uitgevoerd. Zet risico’s daarom niet alleen op papier als de opdrachtgever ze in de praktijk volledig blijft dragen.
Is de eis van drie opdrachtgevers al verplicht?
De eis van drie opdrachtgevers staat op 6 oktober 2026 alleen in het consultatievoorstel. Onder de huidige regels geldt geen vast wettelijk minimumaantal opdrachtgevers waarmee iemand automatisch als zelfstandige wordt aangemerkt.
Meerdere opdrachtgevers bieden ook geen garantie dat iedere opdracht buiten loondienst valt. De Belastingdienst beoordeelt de arbeidsrelatie per situatie aan de hand van alle omstandigheden.
Los van de Zelfstandigenwet is al een civielrechtelijk rechtsvermoeden op basis van een laag uurtarief aangenomen. Dat rechtsvermoeden treedt op 31 december 2026 in werking. Het is geen algemeen minimumtarief en maakt iemand niet automatisch werknemer, maar verschuift in een geschil de bewijslast naar de werkgevende wanneer de werkende zich erop beroept. Controleer vóór toepassing het dan geldende geïndexeerde grensbedrag.
Wat kunnen zzp’ers en opdrachtgevers nu al doen?
Zzp’ers en opdrachtgevers hoeven hun samenwerking nog niet aan te passen aan een wetsvoorstel, maar kunnen wel beter vastleggen hoe een opdracht echt wordt uitgevoerd. Begin met deze vijf punten:
- Beoordeel de arbeidsrelatie volgens de regels die nu gelden. Kijk naar de hele samenwerking en niet naar één los kenmerk.
- Omschrijf het concrete werkpakket, resultaat, de oplevering en de eigen beslisruimte van de zelfstandige.
- Leg uit welke locatie-, tijd-, veiligheids- en kwaliteitsvoorwaarden uit wetgeving, certificering, de klantomgeving of de projectplanning voortkomen.
- Maak afspraken over tarief of prijs, facturatie, aansprakelijkheid, herstelwerk, materialen en meerwerk en volg die in de praktijk.
- Volg de consultatie en latere parlementaire behandeling. De eis rond voorzieningen bevat nog een open bedrag en kan dus niet definitief worden voorbereid.
Benieuwd hoe zulke aandachtspunten er op de werkvloer uitzien? Bekijk de acht praktijkvoorbeelden van schijnzelfstandigheid in de installatietechniek.
Laat een arbeidsrelatie bij twijfel beoordelen door een deskundige die de concrete contracten en werkpraktijk kan meenemen. Dat is vooral verstandig wanneer een zelfstandige langdurig meedraait in een team, weinig eigen beslisruimte heeft of vrijwel hetzelfde wordt aangestuurd als werknemers.
Een opdracht kiezen die past bij zelfstandig werken
Een duidelijke opdracht begint met een herkenbaar resultaat, passende verantwoordelijkheden en afspraken die ook op de werkvloer worden gevolgd. Ben je zelfstandig loodgieter, elektromonteur, HVAC- of koelmonteur en wil je projecten vergelijken? Bekijk de actuele zzp-opdrachten in de installatietechniek en bespreek vóór de start het werkpakket, de uitvoering, planning en benodigde certificaten.